JACOB ISRAËL DE HAAN
alleen de moer over. Nou, zegt Hein, nou ga ik toch niet weg, voor ik die ouwe moer ook heb. En toen ging-ie zachies de vloer opbreken, allegaande verder, en overal vond-ie rommel, papiersnippers en beentjes... en toen eindelijk, daar had-ie d'r, zo'n kanjer, helemaal in mekaar zat-ie. Maar m'n broer, die is ook niet van gisteren die zeit wammes, pats, en daar had-ie 'm zo...
Huisjuffrouw hield op en de glorie van onze theepartij was op z'n hoogst, het was 't kenmoment, als wij of een van de anderen later over die theedagavond zouden praten dan zouën we 'm zeker zien op dat ouwerattenmoment. Zwijgende aandacht spande op alle gezichten, alleen de man van de huisjuffrouw deed maar zo van scherpe aandacht, omdat-ie 't meer gehoord had.
—Ja, zei juffrouw Lepelaar, die aandachtsheerlijkheid niet aan de huisjuffrouw gunde, mijn man hèt eris 'n rat in een vat van Malta-aardappelen doodgeslagen, ja...
Maar huisjuffrouw kalm 't praat-en-luister-evenwicht wegend doorvertelde:
- Zo had-ie 'm in z'n nek... Kee, zei-die, geef me de bijl, en toen lei-die 'm zó op de stenen vloer en toen hakte-n-ie 'm zo plompverloren z'n kop af.
Huisjuffrouw hield weer op en overzag de schare. Nichie had o geroepen en juffrouw Meks, o, gossie. En toen gingen ze allemaal praten over rattenmoordhistories in d'r familie en juffrouw Lepelaar begon weer over die rat in het Maltaaardappe-lenvat. Maar huisjuffrouw weer:
- We hebben ze allemaal in een sinesappelenkissie gelegd met wat papier d'r tussen en ze de buurt rondgestuurd.
Aandacht was weg, juffrouw Lepelaar zat weer over dat aardappelenvat te praten met nichie, die almaar suikertjes at en de man van de huisjuffrouw plaagde Anna met Adriaan. Maar in 't drukrammelende theegebabbel kwamen zwijgingen. Nichie bedankte voor nog 'n koppie en de huisjuffrouw vertelde
98