want zijn stem was vreemd-sterk, gemaakt van wijnrood metaal, dat klonk goed. Hij verhaalde het tweede deel van zijn bedrijf: 'Die vijftigduizend, die heeft hij mij gebracht... het is zéér verstandig en ook enigszins gewetensvol een advocaat te vertrouwen. En met veertig mille ben ik drie avonden geleden naar de hoofddirecteur van die bank gegaan, en die heb ik precies de waarheid verteld, want als het niet nodig is, lieg ik nooit. Ik heb die man op leeftijd met droeve stem verteld, dat één van de hoofdambtenaren van de bank tachtig mille vervreemd had, en dat het dus zeer wel billijk was, wanneer zulk een grote dief na enige openbare terechtzittingen in een cel vastraakte. Ook zeide ik, dat de nette familie zéér tegen de krenkende publiciteit van deze terechtstelling opzag, en dat de bloedverwanten van die dief daarom een uiterst mogelijk bedrag hadden samengebracht, waarmede zij deze onaangename zaak wel wilden afsluiten. Dat uiterste bedrag was veertigduizend gulden. Ik zeide, dat het zéér droevig was tegenwoordig, dat men niemand meer met geld vertrouwen kon, maar slechts bij een pot gesmolten lood. Daarna maakte ik mijn stem verscherpt, en ik zeide tegen de hoofddirecteur van die bank: "Ten slotte is de zaak zó en niet anders; van de dief zelf is niets te halen, en als u hem aan de politie overgeeft, dan doet de familie ook niets. Maar als u de man een bewijs geeft van goede dienst en eerlijk ontslag, dan zal ik u de veertigduizend gulden van de familie ge
98