de Maccabeeën. De Philistijnen zijn onder de macht van de Grieken gekomen. De Maccabeeën, vijanden van het Syrische Hellenisme, zijn het ook van de Philistijnen.
IV.
Terwijl de mooie, stoute, joodsche jongetjes zijn weggereden op onze paarden; terwijl Abdoel Salaam de markt bezoekt en de vele kofïie-huisjes, die der markt zijn, denk ik over al deze vergane tijden. Gaza ligt stil en verneveld op zijn heuvelen. De woestijnhaven van Egypte. Zooals Damascus van Assyrië. Bij Gaza was altijd overvloed van water. Vijftien bronnen, die de vlakte drenken. Er waren breede wegen naar Egypte, Zuid-Arabië, Petra en Palmyra. Amos vervloekt Gaza, omdat zij de Joden als slaven naar Edom hebben verkocht (1:6). In den Griekschen tijd was Gaza de zuidelijke uitvoer-haven.Arco de noordelijke.
Voor ieder leger, dat van het zuiden komt, is het bezit van Gaza volstrekt noodig. De Engel-schen moesten het tot eiken prijs veroveren. De oude Pharao’s veroverden het. En de Ptolomaën. Dan weder behoorde het tot Syrië.
99