Palestina

Titel
Palestina

Jaar
1925

Druk
2000

Overig
herdr

Pagina's
156



ten. Zij heeten Josef en Benjamin. De een is elf en de ander is twaalf. Zij zijn dolgelukkig, dat er gasten met twee paarden zijn aangekomen. Zij zien dadelijk, dat Abdoel Salaam hun niet zal toestaan te rijden op de paarden. Ook zien zij dadelijk, dat ik het hun wel zal toestaan. Zij zien ook, dat Abdoel Salaam de eigenaar is. Maar dat het gebeuren zal, wanneer ik het wil. ’s Avonds is het natuurlijk te laat om naar de khan te gaan.

Maar vanochtend zijn wij er geweest. Josef en Benjamin zien dadelijk, dat dit prachtige paarden zijn. Hun vader was een vrije boer in Bessarabië. Zij hebben daar zelven paarden gehad. En zij herkennen, in een groote beweging, het mooiste van onze twee paarden. Uit Jaffa, waar zij hebben gewoond. Hadj Achmed is met het hooge bezoek maar matig ingenomen. Hij verklaart, dat hij veel te ziek is, om twee paarden te zadelen. Maar de twee Joodsche jongens lachen hem uit. Zij hebben geen zadel noodig, geen teugel en geen toom. Zij nemen de paarden. Zij rijden heen. Ik zie het met een groote ontroering. Hadj Achmed vervloekt hun geloof.



97

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.