raai den daaropvolgenden dag een Resolutie namen, waarbij de „Joodsche natie” verklaard werd waarlijk te zijn onderdanen der Staten, en dat zij ook dientengevolge moesten genieten van de rechten en voorwaarden, in de verdragen met den koning van Spanje en andere regeeringen bedongen.
Deze verklaring van 1657, waarbij den Joden het Holland-sche burgerrecht werd verleend, had voor hun inwendigen politieken toestand geen verdere gevolgen. Zoo bleven zij uitgesloten van het bekleeden van openbaren ambten: en toen b.v. het volgend jaar een Jood, die in de Rechten was gepromoveerd, als advocaat wenschte te worden toegelaten, werd hem zulks geweigerd.
Naar buiten echter waren zij tot volkomen Hollandsche Staatsburgers gepromoveerd, al bereikte men in de onder-handelingen met Spanje en Portugal, die op hun stuk bleven staan, geen resultaat. Het eenige practische voordeel, dat Parnassim eerst veel later, in 1680, bereikten was dat de Staten voldeden aan hun verzoek, dat de Portugeesche Joden voortaan op de informatie van Spaansche en Portugeesche zijde of iemand Jood was, zouden zijn ontslagen van de verplichting om eenige verklaring af te geven betreffende hun godsdienstige belijdenis of omtrent hun al of niet besneden zijn, aangezien het ten opzichte van de bescherming der ingezetenen van het land geen verschil uitmaakte of men Christen of Jood was.
Zoo vertoonde zich het Pojtugeesch-Joodsche Amsterdam ten tijde van Spinoza op het toppunt van zijn 'stoffelijken en geestelijken bloei: het is het middelpunt eener reeks koloniën, waarmede het in economische en wetenschappelijke verbinding stond; het schoot zijn stralen uit naar het Oosten tot in den Levant, naar het Westen tot in Noord- en Zuid Amerika, naar het Zuiden tot de kusten van Afrika. Het zond zijn pioniers op handels- en geestelijk gebied tot in de verste uiteinden van het Hollandsche koloniaal gebied.
Dat het optreden van Spinoza geen diepere sporen in de toenmalige Portugeesche Gemeente heeft achtergelaten, is na het boven geschetste gemakkelijk te begrijpen.
Des te merkwaardiger is het, dat een tegenvoeter van