62
harer verwanten of vrienden had te betreuren. Zij waren gelukkig, weder volgens hun godsdienst te kunnen leven. Hoe verbitterd moeten zij dus zijn geweest, dat een jong lid der Gemeente het gewaagd had hun eerbiedwaardig geloof voor een groote vergissing te houden en daardoor alle offers, welke zij daarvoor hadden gebracht, voor een dwaasheid te verklaren. De inwendige vrede was in gevaar gekomen, en een slap optreden tegen hem zou allicht de toenmaals overheerschende Calvinisten tegen de Joden in het harnas hebben gejaagd.
Na een kort oponthoud in Ouderkerk begaf Spinoza zich naar Rijnsburg, later naar Voorburg. Sedert 1670 woonde hij in den Haag, alwaar hij 21 Februari 1677 overleed. De door hem nagelaten werken, vooral zijn „Theologisch Politiek Tractaat” zijn heftig bestreden; de verkoop daarvan werd door een Resolutie der Staten Generaal verboden.
Dat de krachtige slagen, die Spinoza in zijn „Tractaat” het Jodendom gaf, geen diepe sporen in de Portugèesche Gemeente hebben achtergelaten, had zij te danken aan de omstandigheid, dat zij juist in zijn tijd een groot aantal mannen van groote intellectueele bekwaamheden bezat: artsen, taal-vorschers, kunstenaars, dichters en dichteressen, zooals nooit tevoren of later. Met de meest bekende willen wij nader kennis maken.
De als arts en philosoof beroemde Isaac (als Marrano: Balthazar) Orobio de Castro (geboren te Bragan?a omstreeks 1620, overl. te Amsterdam 6 November 1687) had aan de Universiteit van Salamanca geneeskunde gestudeerd en zich na zijn promotie te Sevilla gevestigd. Hier werd hij lijfarts van den Hertog de Medina Coeli en andere hoogwaardigheids-bekleeders. Door een dienaar, dien hij wegens diefstal had gestraft, bij de Inquisitie als geheim-Jood aangeklaagd, werd hij gedurende drie jaar (i 1655—1658) in een kerker opgesloten en gefolterd, zonder dat het zijn pijnigers echter gelukte, hem een bekentenis af te dwingen, Hij werd weder in vrijheid gesteld en uit Spanje verbannen. Hierop begaf hij zich naar Toulouse, waar hij tot Professor werd benoemd. Hij kon echter niet langer het Christendom huichelen en begaf zich naar Amsterdam, waar hij (omstr. 1664) tot het Joden-