168
een steek onder water, en het veel gebruikte „patjoore” wordt gedekt door het Hollandsche: op z’n elf en dertigst.
Dit zijn de meest bekende resten van de taal, welke sedert de vestiging der Portugeesche Joden in Amsterdam van geslacht tot geslacht is overgebracht, en een hechten band tus-schen de leden der Gemeente onderling, en tusschen dezen en buitenlandsche Sephardische Joden heeft gevormd.
Tot nu toe hebben wij voldoende gelegenheid gehad, met lof over het verleden te spreken: er was stof te over, om den ouden tijd ten koste van het heden hemelhoog te verheffen, ja misschien zelfs de verzuchting te slaken: kwamen die schoone dagen toch maar weer terug!”
Nu is het heel gemakkelijk, bij het lezen van vroegere toestanden, wanneer de tijd zijn sluier over het goede en het kwade heeft geworpen en wij alleen datgene, wat onze ijdelheid streelt, liefst vergroot willen zien, te klagen over den dag van heden en te juichen over dien van gister.
Maar letten wij nauwkeürig zoowel op de schaduw- als op de lichtzijde: laten wij niet steeds spreken over, dien goeden ouden tijd met zijn beperkende uitzonderingsbepalingen, waarin onzen voorouders weliswaar het burgerrecht was toegekend, maar hun de rechten, welke de Nederlandsche Staatsburgers genoten, onthouden waren. Laat ons ook: dankbaar herinneren de gezonde staatsrechterlijke beginselen, waaronder wij in Nederland het geluk hebben te leven; dat wij .onze zelfstandigheid hebben kunnen behouden, dat wil zeggen de ongestoorde vrijheid, om . ons binnen de perken van ons gebied en van de openbare orde, vrij te kunnen bewegen en in volkomen autonomie onze eigen belangen tè kunnen regelen zonder tusschenkomst van het Staatsgezag. Laat ons dankbaar zijn, dat wij ons eigen ik niet hebben behoeven prijs te geven.
Het spreekt van zélf, dat het heroïeke van de strijders van vroeger niet meer te ontwaren is bij het tegenwoordige geslacht, dat immers niet meer behoeft te strijden. Maar de Gemeente als zoodanig neemt nog steeds onder de Joodsche Gemeenschap, zoowel hier als elders, een eereplaats in. Wij mogen echter niet steunen op óns roemrijk verleden; wij