van den Gemeenteraad van Amsterdam, van 1877—1895 lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland en sedert 1884 Inspecteur van het geneeskundig Staatstoezicht in Noord-Holland. Sedert 1898 is aan de Amsterdamsche Universiteit Prof. S. Mendes da Costa, eerst als buitengewoon, thans als gewoon hoogleeraar in de huidziekten verbonden.
Behalve dezen en de reeds genoemde heer M. Henriques Pimentel hebben nog onderscheiden Gemeenteleden, der traditie getrouw, met gelukkig gevolg zich aan de medische Wetenschap gewijd.
De tegenwoordige generatie heeft eenige uitstekende literatoren opgeleverd: Dr. M. B. Mendes da Costa, wiens kennis der Latijnsche en Grieksche talen tot ver over de grenzen van Nederland bekend is, en die zich, door het schrijven van veel gebruikte leerboeken, groote verdienste heeft verworven; Prof. Dr. J. L. Palache, in 1924 benoemd tot Hoogleeraar in de Hebreeuwsche taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam; de gebroeders Israël en Emanuel Querido (laatstgenoemde onder het pseudonym Joost Mendes) en de romanschrijver d’Oliveyra.
Verrassend groot is het aantal kunstschilders in. een zóó kleine gemeenschap: Baruch Laguna, Jos. Teixeira de Mattos, David Blanes (die ook „Joodséhe” stukken hebben geschilderd), D. A. Bueno de Mesquita en Sam. Jessurun de Mes-quita hebben voor hun werk hooge onderscheidingen mogen ontvangen. Dr. J. Mendes da Costa is onder de Nederlandsche Joden een zeldzame vertegenwoordiger der beeldhouwkunst. Ook deze "kunstenaar liet zich vaak door bijbelsche gegevens en Joodsche tooneeltjes inspireeren. Van hem is ook het wapen der Gemeente boven den ingang der Synagoge in de Muiderstraat. f
Niettegenstaande het Portugeesch in Amsterdam tegen het midden der vorige eeuw langzamerhand is verdwenen, hebben zich toch nog overblijfselen daarvan in de liturgie, het ceremonieel en de spreektaal met taaiheid weten staande te houden. Slechts de meest bekende willen wij, om ze voor algeheele ondergang of vergetelheid te vrijwaren, de revue laten pas-