117
bracht hij in den neteligen toestand, waarin vele kerkelijke instellingen door de staatkundige tijdsomstandigheden verkeerden, een aanmerkelijke verbetering. Als erkentelijkheid voor zijn gewichtige diensten besloten Parnassim, twee maal per jaar in de Synagoge een zegewensch („Mi sjébérach”) voor hem te doen uitspreken.
In 1748 gaf de Pinto zijn in het Portugeesch geschreven werkje „Reflexoës politicas” („Staatkundigé overdenkingen omtrent den toestand der Joodsche natie”) uit. Hierin schetst hij een duidelijk beeld van de treurige economische omstandigheden van zijn gemeenteleden, waarvan circa vier honderd belast waren met de zorg voor acht honderd pauper-families. In de voorafgaande 25 jaar was het aantal contribueerende leden van 629 op 610 gedaald, terwijl het getal van hen, die ondersteuning genoten, van 450 tot over de 750 was gestegen. Een eeuw vroeger, in 1647, waren die getallen: 415 „Jechidim” en 114 families, die ten laste der gemeente warem Zóó kon het niet verder blijven voortgaan! Te minder, waar de belastingen, welke voor land en gemeente moesten worden opgebracht, reeds het toppunt der draagkracht hadden bereikt, ja wellicht reeds overschreden. De functies van Parnas, bruidegom der Wet enz., die eveneens groote financiëele opofferingen eischten, berustten bij een klein aantal personen. De „Jechidim” konden dus niet zwaarder worden belast. Emigratie naar de kolonies, vooral naar Suriname, waar werkgelegenheid was voor hen die wilden arbeiden, was volgens den schrijver het eenige redmiddel. -
Wij zagen echter reeds, dat hiervan niet veel terecht is gekomen. Een klein aantal emigranten begaf zich in 1759 naar Suriname en Cura^ou, o.a. de gelijknamige kleinzoon van Daniël Levi de Barrios.
Na den dood van Willem IV deed de Pinto verschillende reizen naar het buitenland en woonde hij eenige jaren in Parijs en Londen. In de Fransche hoofdstad had hij spoedig gelegenheid, zijn geloofsgenooten in bescherming te nemen tegen de aanvallen van den schrijver Voltaire (1762). In zijn geschrift („Réfrexions critiques” etc.) trok hij een scherpe scheidingslijn tusschen de Portugeesche en de overige Joden,