113
Tot het begin der 18e eeuw was er geen land, waar de Joden tot hooger aanzien en vermogen waren gestegen dan in Holland. Reizigers, die Amsterdam bezochten, konden niet genoeg mededeelen van den rijkdom en de weelde, welke zij onder de Portugeesche Joden aldaar hebben aangetroffen, en welke vaak die van menigen Europeeschen vorst overtroffen.
Behalve op den groothandel hadden zij zich in deze periode ook toegelegd op den wissel- en geldhandel, later ook op dien in actiën. Vooral onder het Stadhouderschap van Willem III (1672—1702), toen de overzeesche handel zijn hoogste vlucht had genomen, moesten daardoor vanzelf nieuwe financiëele instituten ontstaan, om het drijven van zulk een uitgebreiden wereldhandel te steunen. Voornamelijk was de wisselhandel tusschen Amsterdam en Venetië zeer levendig, daar de Venetiaansche Joden van hun Amsterdamsche Portugeesche geloofsgenooten aanzienlijke sommen hadden geleend. Zoo vonden wij b.v. aangeteekend, dat nog in 1738 een aantal Portugeesche kapitalisten in Amsterdam ongeveer honderd duizend gulden aan hun Venetiaansche geloofs-genooten tegen 2 °/0 rente hadden voorgeschoten.
Blijkens een bericht van den Franschen gezant in Den Haag uit 1698 werden de Joodsche makelaars en agenten als de meest geschikte beurshandelaars beschouwd.
De groote bloei van den koophandel, waardoor veel geld werd verdiend, had echter nadeelige gevolgen. Aanzienlijke kapitalen hadden zich opgehoopt, welke nauwelijks tegen een lage rente konden worden geplaatst. Menigeen zocht daarom zijn geld op andere wijze productief te maken, waarbij men vaak roekeloos te werk ging. Voor de meest dwaze ondernemingen was tengevolge daarvan geld in overvloed te verkrijgen: ieder hoopte in korten tijd rijk te worden. Tegen het verbod van de Staten van Holland (1720) in werden aandeelen van ondernemingen als de Missisipie-Compagnie en andere buitenlandsche maatschappijen gretig verhandeld: het werd een hartstochtelijke speculatie; handel en scheepvaart gingen met rassche schreden achteruit.
Ook bij de Portugeesche Joden in Amsterdam was, onder
8