105
Joseph Semah Arias, een militair van hoogen rang, was eerst te Brussel, later in Amsterdam woonachtig. Hij gaf in 1687 bij David de Castro Tartas een Spaansche vertaling van. Flavius Josephus’ geschrift tegen den Jodenvijand Apion uit, waarin de schrijver de bekende vo'oroordeelen en verdachtmakingen tegen de Joden heeft trachten te weerleggen; iets wat ook in Arias’ tijd nog niét overbodig schijnt te zijn geweest.
Als chirurgijn, toen veelal op het gebied van het steen-snijden, was in zijn tijd bekend Samuel de Leao Benavente, die ook in de plantkunde en in talenkennis heeft uitgemunt. Sedert 1686 behoorde hij tot het chirurgijns-gilde; het duurde echter tot 1710 vóór hiervan officiëele kennisgeving is te vinden, daar benoemingen van Joden in het zoogenaamde „Jooden en quaksalvers boekie” werden ingeschreven. Benavente, Isaac Santa Cruz (Santcroos) en zijn schoonzoon David Baruch Benavente waren de eenige Joden, die in genoemd gilde waren toegelaten. Van Samuel Benavente bezit de Livraria. D. Montezinos in handschrift een Portugeesche verhandeling over urine-loozing en steensnijden (1699), voorzien van illustraties in sepia-teekening.
De man, zonder wiens vele, vooral kleine, geschriften (Opuscula) onze kennis omtrent den oorsprong en ontwikkeling der Spaansch-Portugeesch-Joodsche Gemeente in Amsterdam, haar instellingen en academies, haar eerste Rabbijnen en geleerden zeer miniem zou zijn, verdient een eenigs-zins uitvoeriger bespreking. Daniël LeVi (als Marrano Mi-guel) de Barrios was uit Marraansche ouders in Montilla (Spanje) geboren. In 1659, nog geen 30 jaar oud, kwam hij naar Italië en woonde eenigen tijd in Livorno. Daar bekende hij zich tot een aanhanger van het Jodendom, daartoe aangespoord door zijn tante Rachel gehuwd met Isaac Cohen de Sosa. Nadat hij met Debora Vaez in het huwelijk was getreden, begaf hij zich in gezelschap van 152 geloofsgenooten in 1660 naar West Indië. Nauwelijks in Tabago aangekomen, stierf zijn vrouw en besloot hij, naar Europa terug te keeren. Hij vestigde zich in Brussel en trad in Spaanschen militairen dienst. In 1666 hertrouwde hij met Abigaïl de Pina.