89
dig bleek het maar al te waar te zijn. Een tijd lang hield men nog uiterlijk aan den Messias vast, niet uit overtuiging, maar om niet bespot te worden. Spoedig ontstond er partijschap onder de Gemeenteleden: de ééne partij wenschte de gebeden, die voor den Messias waren vastgesteld en het uitspreken van den priesterzegen op eiken Sabbat (ter eere van Sabbatai Tsebi ingesteld) niet af te schaffen, de andere echter wilde weer tot het vroegere gebruik terugkeeren, waarin zij echter niet slaagden. Aan het hoofd van den eersten, verreweg den grootsten groep, stonden de Rabbijnen Aboab, de Aguilar en Dr. Musaphia, terwijl de kampioen van de minderheid Jacob Sasportas, toen in Hamburg, was. Een aantal leden scheidde zich af, hield zich van de Synagoge verwijderd en onttrok zich aan hun verplichting, te offeren voor het onderhoud der armen en hun aanslag („finta”) te betalen. Zij durfden echter niet openlijk tegen de orde te handelen, uit vrees in den ban te worden gedaan.
Parnassim richtten nu een rekwest tot Burgemeesters en Schepenen van Amsterdam om nogmaals hun recht te willen bekrachtigen, dat hun reeds vroeger door de stedelijke overheid was toegekend om tegen de ongehoorzamen alle straffen, met inbegrip van den ban, aan te wenden en hen te machtigen te mogen beschikken over hetgeen noodig was voor het onderhoud hunner armen. Deze verzoeken werden toegestaan.
Langzamerhand keerde de vrede in de Gemeente terug. Door vestiging van vele families uit Antwerpen had de Gemeente zich zeer uitgebreid en gevoelde zij de behoefte aan een ruimer bedehuis: het gebrek aan zitplaatsen in de Synagoge had reeds herhaaldelijk de orde binnen haar muren verstoord, zooals Chagam Aboab met een aantal Gemeenteleden in een missive aan Parnassim uiteenzetten (16 November 1670), en waarin zij tevens verzochten een Synagoge te doen bouwen, die voor alle Gemeenteleden plaats zou bieden.
Dit verzoek werd gunstig ontvangen: er werd een Commissie benoemd om de plannen voor een nieuw gebouw te bestu-deeren, en waarvan leden waren Isaac de Pinto, Samuel Vaz, David Salom de Azevedo, Abraham da Veiga, Jacob Aboab Osorio, Jacob Israël Pereira en Isaac Henriques Coutinho.