87
Van de vele Pseudo-messiassen, die sedert den tijd der Romeinen tot in de 17e eeuw zijn opgetreden, heeft niemand zóóveel aanhangers gehad en zóó diepen indruk gemaakt als Sabbatai Tsebi. Hij was in 1626 te Smyrna geboren en voelde zich reeds in zijn prille jeugd sterk aangetrokken tot de studie der Kabbala. Hij was de toenmaals veel verbreide meening toegedaan, dat de gehéimen dezer Leer alleen door ascetische middelen konden worden doorgrond. Daarom kastijdde hij zijn lichaam en baadde hij zich, zoowel bij dag als bij nacht, in de zee. Daardoor trok hij de opmerkzaamheid van verschillende jongelingen tot zich, die zich door hem in de Kabbala lieten inwijden. In het jaar 1648 openbaarde hij zich aan zijn leerlingen als de Messiaan-sche Verlosser door het uitspreken van den vollen vierlet-terigen Godsnaam in het Hebreeuwsch, waarmede hij wilde aantoonen, dat met hem de tijd der goddelijke genade was aangebroken. Hiervoor werd hij in 1651 in zijn geboortestad in den ban gedaan en met zijn leerlingen uit Smyrna verdreven. Na nog in verschillende andere steden van het Turksche Rijk (Konstantinopel, Saloniki, Cairo) korteren of langeren tijd te hebben doorgebracht, begaf hij zich naar Jeruzalem, waar hij door zijn ingetogen leven een kring van aanhangers verkreeg, die een blind vertrouwen in hem stelden. Vooral zijn indrukwekkende verschijning droeg het hare hiertoe bij. Zijn ijverigste aanhanger, Natan Benjamin Levi, meer bekend onder den naam Ghazati, verspreidde in 1665 het bericht, dat de Messias zich binnen een jaar in zijn volle glorie zou openbaren en de heerschappij van Israël over alle volken dér aarde zou grondvesten.
De berichten omtrent Sabbatai Tsebi hadden de meest opwindende uitwerking in Amsterdam. Hier had het optreden van Spinoza aan den eenen kant het gevolg gehad, dat talrijke Portugeesche Joden zich nauwer aan hun godsdienst aansloten, aan den anderen kant echter bij velen twijfel veroorzaakt aan de waarheid der goddelijke voorschriften. Vooral deze laatsten zochten naar een uitweg. De materiëele welstand en de politieke vrijheid, die de Portugeesche Joden in Amsterdam genoten, sluiten de gedachte uit dat zij, zooals