Het toetsingsresultaat geeft een zeer sterke indicatie, dat Joden uit de „Joodse” beroepen naar verhouding meer Joodse vrienden in hun kennissenkring hebben dan Joden uit de „niet-Joodse” beroepen.
Tabel 93. Besnijdenis kinderen, (vraag 68)
niet
wel
totaal
Joodse beroepen
10
34
44
niet-Joodse beroepen
18
24
42
28
5&
86
Methode der 2 x 2-tabel (Xj-benadering):
xï =
3.10: 0,0
368 < ki < 0,0416
Het toetsingsresultaat geeft een indicatie, dat onder de Joden uit „Joodse” beroepen
de besnijdenis meer wordt toegepast, dan onder Joden uit
„niet-Joodse” beroepen.
Tabel 94. Lidmaatschap Joods Kerkgenootschap, (vraag 13)
wel
niet
totaal
Joodse beroepen
54-
44
98
niet-Joodse beroepen
46
57
103
100
IOI
201
Methode der 2 x 2-tabel (^f-benadering) yfi = 1.79: o,0899 <kr< 0,0961
Het toetsingsresultaat geeft geen aanleiding te veronderstellen dat relatief meer Joden uit „Joodse” beroepen lid zijn van een Joods kerkgenootschap, dan Joden uit „niet-Joodse” beroepen.
Tabel 95. Synagogebezoek. (vraag 30)
wel
niet
totaal
Joodse beroepen
38
62
100
niet-Joodse beroepen
20
90
110
58
ip
210
Methode der 2 x 2-tabel (^-benadering)
= 9.32:
0,0011
< kr < 0,0012
107