directie zeer aangenaam zijn, wanneer hij hierover eens een onderhoud met haar wilde hebben.
Wat heeft de freule bezield? vroeg Hans zich af. Heeft ze reden om mij dankbaar te zijn en wil ze deze dankbaarheid zo tonen? Of... wil ze hiermee bewijzen, dat ze nog steeds van mij houdt?
Hij zou wel nooit antwoord op deze vragen krijgen, maar dit was geen reden om de kans niet aan te grijpen en met de directie der maatschappij te gaan praten. Eerst echter ging hij naar Eelstwoude en sprak met Marie over de verbazingwekkende brief. Ja, zij vond het ook een vreemde zaak, maar van Aletta kon je nu eenmaal vreemde dingen verwachten. En ze zag niet in, waarom Hans het aanbod zou afslaan. Aletta, zo had men gehoord, was na een tijdelijk verblijf in Nederland voorgoed naar Zuid-Frankrijk vertrokken en er bestond weinig kans, dat ze haar opnieuw tegen 't lijf liepen.
Veertien dagen later was de zaak tussen Hans Bartels en de maatschappij beklonken. Onmiddellijk na zijn promotie zou hij in functie treden, voorlopig op proef, voor de tijd van een half jaar. Deze conditie had hij zelf gesteld en de heren waren er mee akkoord gegaan. Per slot van rekening bezat hij nog geen praktische ervaring.
Bijna nog verheugder dan hij zelf en zijn familie toonde zich de oude kolonel Blinxma. Indertijd had het hem zo gespeten, dat hij zich wat dat rentmeesterschap betrof had vergist. Thans kon hij met trots verklaren:
„Ziet u wel, meneer Bartels, dat ik me toch niet vergist
270