Dorp in de branding

Titel
Dorp in de branding

Jaar
1975

Overig
roman

Pagina's
182



tische woorden, die hij ondanks zijn jeugdige leeftijd uit de mond van anderen had opgevangen, waren langs hem heengegaan. Maar de bekentenis van hun aller vriend Blom, dat hij zonder God leefde, benam hem het laatste restje evenwicht. Aan het fuifje, dat zijn klas gaf ter gelegenheid van het behaalde einddiploma, nam hij geen deel. Hele dagen bleef hij van huis, zwierf langs het strand en kwelde zich met vragen, waarop geen antwoord bestond. Het kon niet uitblijven, dat Koos zijn ellende opmerkte. Hij vertelde haar alles en opeens schaamde hij zich, omdat hij haar niet eerder in vertrouwen had genomen, maar wel de dokter. Ze zei, dat ze hem daar geen verwijt van maakte, ze kon begrijpen, dat hij Blom, als man, de voorkeur had gegeven. Hij moest maar bidden om geloof en geduldig zijn. En vooral vertrouwen stellen in zijn vader, met wie hij binnenkort zo nauw zou moeten samenwerken.

Bauer ging nooit voor zijn genoegen op reis. Zelfs familiebezoeken legde hij niet meer af. Die liet hij aan Koos over. Hij voelde zich alleen thuis in Stormoord, voorzover hij zich ergens thuis kon voelen. De kinderen gingen graag en dikwijls uit. De jongens hadden enige malen in de stad een komedie bezocht, een instelling waarvan Bauer amper het bestaan kende en waartegen hij dus geen bezwaren had. In hun vakanties ondernamen zij voetreizen, die soms enige weken duurden.

Dit jaar ging ook Koosje mee, onder de bescherming van haar grote broers. Op deze reis was het, dat de drie elkaar geheel vonden; Jan, vanwege zijn innerlijke beroeringen tegen heug en meug meegetrokken, ontdekte, dat ook de anderen met problemen worstelden. Het gaf hem geen hogere dunk van zichzelf, dat het zusje, zoveel jonger dan hij, wat de rijpheid van haar gevoels- en gedachtenleven betrof, niet bij hem achterstond. Maar allen waren zij uit dezelfde vader gesproten en leefden onder zijn bewind. Zij hadden hem lief en wisten toch, dat hun weg van de zijne moest afbuigen.

Allen twijfelden zij aan Gods bestaan, maar geen van hen kon zich de wereld zonder Hem denken. Dat Hij echter een zo streng meester was als hun vader het voorstelde, wilde er bij hen niet in. Henk, nog altijd een naar binnen gekeerde knaap, sprak weinig, maar Koosje voerde het woord ook voor hem. Zij had het over de schoonheid en de liefde, over de mens, die zich geroepen voelt en over bouwvallige conventies

154

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.