Najaarswereld
Oktoberwarmte hing tegen de bergen. Er kwam goud bloot, kleurigheid die bloei in alle kieren zaaide, oude beloften nieuw maakte, het najaar deed tintelen en onze ogen vulde met duizend ongeboren dagen.
In de diepte dreef rook op de aarzelende wind, maakten koeien donkere geluiden, sloeg een kerkklok een vergeten uur.
Mensen klommen en daalden, hielden elkander met een woord in evenwicht en raakten bij een hoek uit het gezicht.
15