142 DE INVLOED VAN HET KIND BIJ BEROEPSKEUZE
mijn zestiende jaar niet meer dan drie uren per dag zou studeeren. Hij wilde zien, of mijn lust konstant bleef en daar het nog hoofdzakelijk om practisch oefenen ging — wat het gestel min of meer aangrijpt — vond hij drie uren voldoende op dien leeftijd. Hoewel ik daarbij ’s avonds privaatlessen in de moderne talen en teekenen kreeg, bleef er toch nog te veel vrije tijd over. Daarom verlangde mijn moeder, dat ik een naaicursus zou volgen bij Gez. N., die ze goed kende; de wederzijdsche moeders waren jeugdvriendinnen geweest. Mijn moeder vond naaien de minst inspannende en daarom de meest geschikte bezigheid, die me bovendien in mijn later leven als huisvrouw, goed te pas zou komen. Ik, had maar één vurig verlangen „weg van Juffr. O.,” en stemde dus gereedelijk toe, vertoonde zelfs een uitbundige blijdschap over het besluit, die vetkeerd geapprecieerd werd. Dat ik daar met meisjes uit de lagere volksklasse zou samenkomen, was voor mijn moeder geen bezwaar, aangezien ik op school daaraan gewend was, met de beste gevolgen voor mijn karakter. Ze had echter niet bedacht, dat dergelijke kinderen zich op wat ouderen leeftijd nog heel anders gedragen dan onder de goede tucht van de school en dat zij meestal op veel lager zedelijk peil staan dan meisjes uit den gegoeden stand. In Octobcr deed ik mijn intrede in het atelier en nu moet ik vertellen van den wreeden treurigen tijd, dien ik als kind heb moeten beleven en die me bespaard had kunnen worden, wanneer mijn moeder, bij al hare voortreffelijke eigenschappen als opvoedster niet de juiste vertrouwelijkheid had gemist, die tusschcn opvoedster en kind op ouderen leeftijd moet bestaan, om tot de ziel van het kind te kunnen doordringen. Dat het gezag daaronder niet behoeft te lijden, heb ik bij mijn latere opvoeders, en ook persoonlijk bij het opvoeden van vele kinderen