99
HET KRACHTMIDDEL
ging ik met het zusje er op uit en toen ik na heel lang te hebben gekozen met mijn buit en het zusje aan de hand het winkeltje uitkwam, stond Moeder met de oudste meisjes op het achterbalcon van de tram, die juist afreed. Ze zouden vader in het Paviljoen ontmoeten. In woede ontstoken vloog ik op de tram af. Met de armen in de hoogte als wilde ik den hemel bestormen holde ik ze na, schreeuwende ,,Ma, Maatje” van haar toch nog hulp verwachtende. Nooit heb ik het waardige strenge, toch edele gezicht van Moeder kunnen vergeten waarmede ze me aankeek, toen ze den conducteur, die wilde stoppen kalm gelastte verder te rijden. Als versteend bleef ik plotseling staan, diep beseffende, dat geen uitkomst mogclijk was, dat ik mijn lot moest dragen. De levenskunst te berusten in het onvermijdelijke had Moeder me door deze behandeling voor goed doen inzien. Het feit, dat Moeder, die altijd zoo strikt rechtvaardig en liefdevol voor ons zorgde me dat had durven aandoen, deed me uit het onbewuste gevoelen, dat ik bij het onvermijdelijke leed mij door vreemden aangedaan van hen toch zeker geen hulp verwachten mocht en me dus nooit met eenig succes daartegen zou verzetten. Ik gedroeg me voortaan bij elke invitatie, die de oudste meisjes ontvingen onberispelijk. Nadat ik mijn goed gedrag een zeer langen tijd had volgehouden, nam Moeder voor zooveel het in haar vermogen was, het droevige van mijn feitelijke achterstelling weg.
Er zullen misschien vele moeders zijn die deze behandeling wreed vinden en andere die ze niet gaarne willen toepassen hopende op het wijzer worden van het kind; ik meen dat de plichtmatige, licfdevolle Moeder of opvoedster haar leed en dat van het kind bij een behandeling moet trotsecrcn,