Jonge Mei

Titel
Jonge Mei

Jaar
1924

Pagina's
98



DE VLIEGENIER.

Ik ben de vlieger van het wijde rijk de bergen en valleien en de zeeën meet ik, de dalen en de heuvels en de starren weet ik de oceanen, steppen, en de kleine wijk.

Ik weet ’n arendsnest

en ’t land van veel millioenen,

ik weet het dorp in duizendlij festoenen,

het brommend zwarte vlak, dat de millioenen vest.

Gelijk de leeuwrik stijg ik uit de douwen — hoe zingt mijn stemme op ’t ronken van mijn bloed — en drijf zooals ’n vlinder, verguld door zonnegloed, en schitter diamant in ’t hemelblauwe.

De zonnen weet ik op mijn hemelbanen

omhoog, omlaag, naast mij en overal,

zij schitteren mij toe in heel hun veel-getal

mijn oogen zijn als zij, licht van hun komst en tanen.

En wolken, wolken, al de blanke velden gaan als mijn adem met mijn oogen mee,

91

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.