(bij den kiesrechtstrijd).
Zwart zijn wij als kolen, voor 't werpen in oven, zwart als de aarde onder onz’ kromgewerkte
handen,
maar de woorden als vlammen, de begeerten als zwaarden, gaan uit ons begeeren-roodgloeiende mond.
Ons oog licht als vuur, als een vuur dat oplaait want wij hebben een groot, heel groot lichten
gezien
en de weerschijn daarvan brandt in ’t oog ons
heel blank