De greep van het getto 163
ledrie vonden we het een vreemde situatie.
'Ik hoop, dat je op die divan makkelijk ligt,' zei Mirjam.
'Ik zal de hamer en de nijptang naast me leggen, helemaal alléén slapen lijkt me niks.'
Mirjam kleurde en Wolf grinnikte.
Zijn volslagen ongeschiktheid voor elke handenarbeid heeft niet alleen de eerste huwelijksnacht van Wolf beïnvloed. Zijn gehele leven heeft er een keer door genomen. Ik kende hem al toen we allebei nog kinderen waren. Hij woonde toen op het Waterlooplein om de hoek van de Lazarussteeg. Toen reeds was zijn onhandigheid een bron van spot en hoon. Maar hij bezat een goed stel hersens. Hij was niet superintelligent, maar als er obstakels op zijn levensweg opdoemden, overwon hij alle moeilijkheden door zijn sterke wilskracht. Ik moet erbij vertellen, dat het wel een beetje moeite gekost heeft voordat Wolf had ontdekt waar en hoe zijn levensweg precies verliep.
Toen hij de lagere school verliet was de elektriciteit juist bezig populair te worden. Dat was midden in de Eerste Wereldoorlog. In het neutrale Nederland nijpte een dreigend tekort aan kolen. De regering probeerde snel en zeker de gasverlichting te doen vervangen door wat de mensen: het elektra, noemden. De gaskroontjes met de gloeikousjes verdwenen, de elektrische peertjes kwamen ervoor in de plaats. Elektricien... dat scheen het vak van de toekomst te zullen worden. Wolf beweerde, dat die elektriciteit hem aantrok. Het was een geheimzinnige kracht, die door de beoefenaren van dat nieuwe beroep moest worden getemd. Het was ook een moeilijk beroep, je moest er voor studeren. Je had er hersens voor nodig.
'Ik word elektricien.'
Omdat de hoofdonderwijzer met de rapportboekjes in de hand zonneklaar kon bewijzen, dat Wolf aanleg had voor een studiekop, kreeg de jongen toegang tot de Electro Technische School aan de Stadstimmer-tuin. En, inderdaad, hij werd er spoedig een van de kwiekste leerlingen. In de theoretische vakken haalde hij niets dan tienen, en wanneer hij eens een slechte beurt maakte, werd het in elk geval een negen. Alleen, tja, in het praktische werk bleef het krukken. Die twee linkerhanden met die duimen wilden niet vergroeien tot normale ledematen. Dat was op zichzelf ook weer niet zo'n drama, want de docenten drongen erop aan, dat hij later naar Delft zou gaan. Op de een of andere manier viel er wel een mouw aan te passen, dat hij, zonder staatsexamen, toch toegelaten