156 Gis teren komt nooit weerom...
Er bestonden een stuk of wat van deze groepen in de hoofdstad. Eén keer in de zoveel weken kwamen die groepen bij elkaar in het opkamertje van een café tussen Warmoesstraat en Beursstraat. Dat was de centrale ontwikkelingsclub.
In die centrale ontwikkelingsclub leert Dirk van Heusden Eva kennen. Alles draait om Eva.
Als hij haar twee dagen kent, stelt hij haar voor:
'Als je er ook zin in hebt, gaan we meteen als man en vrouw leven.'
'Jij houdt van opschieten, het zit je hoog.'
'Ik heb haast, want ik ben ongeneeslijk ziek.'
'Wat heb je dan?'
'Vliegende buiktering.'
'Goeiemorgen.'
'Maar de ziekte krijgt mij er niet onder. Ik vind kracht in mi jn werk.'
'Wat doe je dan?'
'Ik heb gedichten gemaakt, maar de taal is niet bij machte mijn rijkdom aan gevoelens weer te geven. De taal is eigenlijk een groot gezagsin-stituut. Je moet zo-en-zo spellen en je moet daar een t en daar een d schrijven. Nou ben ik kunstschilder.'
De fletse blik der stervenden verdwijnt uit Dirks ogen. Onderweg naar huis zegt hij tegen Eva, dat hij haar graag iets wil vragen.
'Zouden je ouders het goed vinden, als ik de schillen kwam halen?'
Eva heeft er geen flauwe notie van, dat de kunstenaar in ribfluweel bij daglicht de helpende hand biedt aan een schillenboer. Zij denkt, dat zijn vraag een geestigheid is. Liefde maakt niet alleen blind, maar ook dom. Omdat ze in guitigheid niet wil achterblijven, zegt ze:
'Natuurlijk schat, ga gerust je gang. We geven de schillen anders toch maar weg aan de schillenboer.'
Twee dagen later verschijnt een woedende arbeider in de zolderstudio. De visite is Eva's vader. Jan Anarchis is er alleen.
'Zo? Is dat stuk snoepgoed een kind van jou? Nou, die troel is om de dooie dood geen heibezem.'
Door dit antwoord kan de vader echter niet op zijn gemak worden gesteld.
'Bemoei je met je eigen kinderen.'
'Ik heb geen kinderen. Uit principe niet. Als alle proletariërs weigeren kanonnenvoer te fabriceren, sterft het gezag aan zijn eigen onmacht.'
Maar Eva's vader blijkt weinig geneigd tot een dispuut over dat be-