100 Gis teren komt nooit weerom...
Tijdens de maaltijd - een overdaad van spijzen en dranken; een kamer vol geruisloze bedienden; een toonladder van flessen in bonte glinsterende kleuren - vertelde Jacob me, dat hij nog altijd zaken deed. Alleen in het groot. Zeer groot. In Venezuela had hij onstuimig veel geld verdiend. Hotels laten bouwen en ze meteen weer verkocht; claims op mijnen versjacherd; wild gespeculeerd met allerlei obscure scheepvaartmaatschappijtjes langs de kust; parels laten vissen bij Santa Mad-dalena. O ja, geld bezat hij nu in ongetelde hoeveelheden. Maar tevreden was hij nog lang niet. Hij wilde meer, altijd meer.
Na de maaltijd moest ik de vertrekken van Junior zien. Het schaap van vier jaar bewoonde zijn eigen vleugel in de reusachtige woning; met eigen dienstboden, die hem overal achterna sjouwden.
In een van de kamers was de vloer bedekt met een ingewikkelde elektrische speelgoedspoorweg. Treintjes met lichtjes. Seinarmen, die automatisch op veilig en onveilig sprongen. Spoorbomen, die geheimzinnig omhoog gingen, als het speelgoedtreintje voorbij gerateld was. Junior riep iets in half Spaans, half Engels. Een voor mij onverstaanbaar kindergebrabbel. Maar het kind had zo'n onaangename dwingende klank in zijn stem, dat ik dacht:
'Een stevig pak slaag zal hem goed doen.'
'No,' zei Jacob afwerend tegen Junior.
Het kind bleef dreinend aanhouden.
'Wat zegt hij eigenlijk?'
'Och... niets bijzonders,' zei Jacob en hij deed schutteriger dan ooit. Maar zijn vrouw vertelde:
'Hij zegt: Play Dutchman.Toe doe het nou.'
'No,' zei Jacob kribbig, en zijn blik flitste door het vertrek, alsof hij zich op een of andere manier in een hoek gedreven achtte.
'Play Dutchman,' jengelde het kind.
'Geef dat kind toch zijn zin,' drong ik aan; het gezeur irriteerde me.
'Ik begrijp je niet,' zei zijn vrouw, 'anders doe je het altijd ongevraagd.'
'Nou goed dan,' zei Jacob onwillig. Het was alsof hij zich schaamde.
Hij greep een zilveren dienblad van een tafeltje. Balanceerde het op zijn rechterhand. Ging tussen de rails staan. En plotseling klonk een bekende hoge schelle jongensstem door de kamer. Jacob riep:
'Lekkere broodjes... Lekkere broodjes met pekelvlees, worst, rosbief of kaas... Lekkere broodjes om mee te nemen.'
Het kind kraaide van pleizier. De vrouw lachte.