gevangenisstraf van 25 jaar werd veroordeeld, welke straf later, omdat ik mij goed had gedragen, werd verminderd.
De tijd heelt echter alle wonden en gaandeweg waren mijn gevoelens jegens Bill Logan milder geworden; niet, dat ik hem zijn misdragingen vergaf, maar ik begon in te zien, dat zijn opzet nooit zou zijn gelukt wanneer de jongens van de bende van Charley Goldsteen niet op een of andere manier aan een gebrek aan morele rug-gegraat hadden geleden.
Op een dag werd ik in de directeurskamer gebracht, waar hij zat met nog twee andere heren, die ik niet kende. Ze kwamen met me spreken over Bill Logan en ze zouden het op prijs stellen, indien ik hun alle inlichtingen zou geven en, als het kon, zelfs mijn medewerking zou willen verlenen. Bill Logan was destijds, tóen de bende van Charley Goldsteen tegen de lamp liep, nog betrekkelijk jong, al had hij een leven van misdaad achter de rug. Hij was, zoals ik wist, verdwenen en alle pogingen om hem op te sporen waren mislukt. De laatste twee jaar echter gingen er door de Amerikaanse onderwereld geruchten, dat Bill weer op pad was en een slag voorbereidde, zó geweldig, dat de wereld ervan zou daveren. Aanvankelijk had de F.B.I. (de Centrale Recherche) aan die geruchten weinig geloof geslagen, maar ze bleven aanholden en ze wonnen aan geloofwaardigheid, toen bepaalde feiten aan het licht kwamen, die duidelijk aantoonden, dat Bill Logan nog in leven was en met enkele beruchte jongens contacten had opgenomen. Wat hij voorbereidde, wist de politie niet recht; het had iets te maken met
179