NEGENTIENDE HOOFDSTUK.
Het duurt geen halve minuut of ik merk, dat ik een flater van geweld heb geslagen. Grijze Jaap maakt het meeste kabaal. Die ziet de kans schoon mij onschadelijk te maken. Hij zwaait met een revolver. Ik blijf ijzig kalm staan. Daardoor bedaart het rumoer.
Voordat iemand iets kan zeggen, zeg ik:
״Ik begrijp, dat jullie het niet leuk vindt, dat ik het vertik om het gevaarlijkste karwei op te knappen, terwijl iedereen buiten schot blijft, behalve Marku dan altijd, want die is tenminste geen lafaard."
״Hoe bedoel je dat!" vraagt Marku.
״Nou", zeg ik brutaal, ״aan het werken met die echte gouden munten is geen greintje risico verbonden. Wie daarbij wordt gepakt, kan met een goede advocaat best buiten de gevangenis blijven. Maar diamantsmokkel, dat is heel wat anders. Wie daarbij gegrepen wordt, gaat er voor een hele tijd achter. En ik vertik het, dat juist ik het vuilste karweitje krijg, terwijl ieder ander de kans krijgt er tussenuit te knijpen."
״Tony heeft wel een beetje gelijk", zegt Patchecki, die tot dusver heeft gezwegen.
Nu ik bemerk, dat de draai die ik aan mijn veel te haastig gesproken woorden heb gegeven, wordt aanvaard, ga ik verder.
״Ik ben niet beroerd of te laf om me met diamant
168