in Amsterdam? Dat is bloedlink. En de tweede vraag: hoeveel goud heb je in voorraad?"
„We gaan niet in Amsterdam werken, tenminste niet alléén in Amsterdam. Ik heb een pers staan ergens op het Engelse platteland en er staat er eentje in Frankrijk en een in Amerika. En in Nederland staat er ook' een. We blijven ook niet bij elkaar. Straks zullen we het werk gaan verdelen. Sommigen van jullie gaan naar Amerika, anderen naar Frankrijk en weer anderen naar Engeland. In elk land moet ook een organisatie worden opgebouwd om de munten kwijt te raken. Ik blijf hier. In deze buurt kent iedereen me langzamerhand en niemand verdenkt me."
Hij zwijgt.
Het plan is geniaal van eenvoud, vind ik. Maar ik moet nog zien, dat dit kunstje niet als valse munterij wordt beschouwd. Ofschoon, een handige advocaat kan er best een punt aan draaien. Ten slotte verkoopt hij goud tegen de prijs, die de markt ervoor biedt.
„Nog één vraag", zeg ik, „een vraag, die ik straks al heb gesteld.
„Hoeveel goud hebben we in voorraad?"
Marku kijkt me slim aan.
„Je vraagt veel voor een nieuweling", zegt hij. „Maar ik zal je antwoorden. Aan goud hebben we geen gebrek, want Patchecki is multimiljonair en schiet het geld voor de voorraad voor. Bovendien, behalve het maken van echte gouden muntstukken zullen we nog iets anders gaan doen, waar zeer veel geld mee is binnen te halen. Je zult vragen wat dat is, Tony. Ik zal het je vertellen, want het gaat jou in het bijzonder aan. Ik ben namelijk
166