ten heeft men voorbij laten gaan. Dat is niet aan de vara te wijten, want de vara heeft de PvdA met de resolutie de hand toegestoken.'
Die 'uitgestoken hand' van de var a was al duidelijk getoond in een rapport van een afzijdig samengestelde commissie die aan de vara over het gehele radiovraagstuk rapport uitbracht. (Het was dit rapport, dat Woudenberg in 1951 besprak in de vergadering van de verenigingsraad, waarop wij zoëven doelden.)
Ten eerste: 'er is een onwerkelijke stemming tegen de vara bij een bepaalde groep leden in de PvdA, welke stemming wij moeten afwijzen, desnoods bij tijd en wijle moeten afslaan.'
Ten tweede: 'in de samenstelling zoals die in de PvdA is, in datgene wat de PvdA onderscheidt van de sdap liggen zeer reële bedenkingen, die een zekere reserve doen ontstaan ten aanzien van een volledige erkenning door de PvdA van de vara.'
Aan dit 'ten tweede' knoopte Woudenberg aan in de slotconclusie van zijn rede: 'Vraagt men of de Partij van de Arbeid de vara volledig kan aanvaarden als de omroep van de Partij, dan kan men daar echter nog niet een duidelijk "ja" op laten horen. De mentaliteit is echter wel zo dat men bereid is naar die mogelijkheid te zoeken. Door spreker aan te wijzen als vertegenwoordiger van de vara sprak de Partij haar vertrouwen uit in de vara.'
Deze woorden werden gesproken in 1951 - 14 jaar geleden. Thans, in 1965, is het rapport van de interne commissie van de PvdA omtrent het omroepvraagstuk wereldkundig gemaakt. Als men zich rekenschap geeft van het verlangen naar een nauwe band met de vara, dat 'tussen elke regel' van dat rapport te lezen is, en in verschillende passages ondubbelzinnig tot uitdrukking komt, dan is de slotsom gerechtvaardigd. Kees Woudenberg was zijn tijd ver vooruit. Hij was een der belangrijkste hoofdbestuurders die de vara heeft gekend. Constructief denkend voorzag hij de ontwikkeling in de kringen van de PvdA zoals die zich sindsdien heeft afgetekend, o.a. in het besluit van het Partijcongres van 1965. Men vindt belangrijke gedachten, die sinds lang in de vara leefden en na 1945 nog eens duidelijk werden geformuleerd in de definitieve regeling van het omroepbestel, dat men met het 'plan Vrolijk' pleegt aan te duiden.
Kees Woudenberg verzinnebeeldde in zijn persoon en opvattingen de continuïteit in het denken over en voor Nederland passend en door het democratisch-socialisme aanvaardbaar omroepbestel.
128