uitvoerig verslag van zijn werkzaamheden; er wordt niets vergeten. Daarbij is ook een uitvoerig verslag van de penningmeester. Het gaat niet alleen om de balans. Er zijn allerlei cijferopstellingen bijgevoegd. Meestal gaat zo'n financieel verslag vergezeld van een langlijvige nota waarin allerlei financiële problemen-van-de-toekomst worden bekeken. Ook altijd is erbij: een rapport van de accountant, en bovendien nog eens het verslag van de controlecommissie, die het recht heeft overal in te duiken en alles na te vlooien. De bespreking door de verenigingsraad van zo'n financieel verslag is nooit een oppervlakkig zaakje.
Voor die verenigingsraad wordt dus wat de financiën betreft niets geheim gehouden, eenvoudig al omdat het niet kan. Maar waarom heeft de vara dan vele jaren lang haar financiële verslagen niet in wijde kring en in het openbaar bekendgemaakt? Dat zit zo. Van het begin van haar bestaan af heeft de vara moeten duchten, dat haar verbitterde bestrijders naar middelen zochten om haar financieel te wurgen. Naar buiten was de vara groot en machtig en sterk - dat was geen schijn, maar werkelijkheid. Ledental goed, organisatie levenskrachtig. Als men echter gelegenheid kreeg de staat der financiën grondig te bekijken, zag men spoedig dat di&r het zwakke punt van de vara lag. Vooral in de tijd vóór 1940, toen er nog geen luistergelden werden geheven, en de vara moest bestaan van vrijwillige bijdragen. In de felle concurrentiestrijd die door het optreden der liberalen en de meerderheid van de Tweede Kamer tussen de omroepverenigingen was ontketend, zou het voor andere omroepverenigingen menig keer een klein kunstje geweest zijn om 'te gaan boksen', zoals dat heet. Dat wil zeggen: de vara overbieden in honoraria voor artiesten, overbieden met uiterst kostbare programma's enzovoorts. Dat had de vara niet eeuwig kunnen uithouden.
Het was om die redenen dat hoofdbestuur en verenigingsraad jaar-in-jaar-uit de gedragslijn volgden: laat je niet in de kaart kijken.
Na de bevrijding werd de omroep gebaseerd op de verplichte bijdragen voor luister- en kijkgelden. Toen bleven de redenen gelden die voorlopig tot voorzichtigheid bij de publikatie van de stand der financiën maanden. Sinds 1945 zijn alle prijzen gestegen (en hoe!), maar tot begin 1965 was de contributie die de VARA-leden betalen, onveranderd gebleven. (Die contributie zit in de prijs van het programmablad op-
120