Na mr. Van der Goes van paters en mr. Donker, Werd mr. Burger in 1952 de derde naoorlogse voórzittei van de fractie van de PvdA in de Tweede Kamer. Zijn optreden in die functie valt ongeveer samen met het einde van de periode van sociale en politieke verdraagzaamheid. Het inzicht in deze verandering der verhoudingen in Nederland is niet overal in de kringen dichtbij de PvdA in hetzelfde tempo gerijpt. In 1951 vond de definitieve omslag van het politieke klimaat plaats.
In de kranten van 14 juli 1951 was nl. een door mr. Burger geschreven en door Koos Vorrink, mr. Donker en hemzelf ondertekend artikel verschenen, waarin men kon lezen: 'Dit spelletje moet vandaag of morgen barsten. Niet dat de PvdA haar verantwoordelijkheid zal laten var ai, maar de zin en de grondslag komen daaraan te ontbreken, wanneer anderen zich hun van elk verantwoordelijkheidsgevoel gespeende praktijken menen te mogen veroorloven.'
De waarschuwing werd in de wind geslagen. Van die dag af heeft de fractie van de PvdA in de Tweede Kamer herhaaldelijk en in toenemende mate de consequenties onder ogen moeten zien van een situatie die als volgt moet worden gekenmerkt: terwijl de PvdA tot het uiter-, ste het beleid van na de bevrijding tracht te verwezenlijken, nl. een beleid van politieke en sociale verdraagzaamheid..., voeren haar tegenstanders een beleid van klassenstrijd, van steeds scherper klassenstrijd. Zij proberen de zwaarste lasten te leggen op de zwakste schouders.
In december 1958 werd de PvdA gedwongen uit de regering te treden. Zij keerde in de oppositie terug. Met alle consequenties daaraan verbonden. In september 1962 legde mr. Burger het voorzitterschap van de fractie neer uit overwegingen van politiek beleid.
Toen hij in 1949 tot voorzitter van de vara werd gekozen, leek het alsof één groot meningsverschil de toekomst van de omroep in Nederland voor een lange tijd zou gaan beheersen. Namelijk de kwestie die men kortweg aanduidt als de nationale omroep. Naar het inzicht van mr. Burger is in de Nederlandse verhoudingen vrijheid in de omroep ondenkbaar zonder adequate machtsvorming door organisatie. Er zijn er die evenals hij, voor de vrijheid in de ether zijn en die nochtans menen dat die ook zonder deze machtsvorming in een zogenaamde nationale omroep zou kunnen worden verwezenlijkt.
Naar mr. Burgers inzicht is dit een vorm van utopisch socialisme.
Bij de voorstanders van een nationale omroep, aldus gaat zijn ge-
106