Herr Gutsberg en Monsieur Marcel zijn in Amsterdam gebleven. Zij hebben alle hefboomen in beweging gezet. Zij zitten voor een reusachtig dashbord, schakelen krachten in en anderen uit, geven richting aan machten en invloeden: heer־ schen! Drijven! Dwingen!
De redactie van het groote beursblad voelt aan wat in den tijd ligt; dat is immers haar vak! Zij krijgt behoefte om weer eens principieel te gaan schrijven tegen staatsbemoeiing. Zij verschijnen op de eerste pagina, die artikelen; dringen in de hersens van ondernemers en kleine middenstan־ ders; klemmen zich daar vast, beheer schen hun denken en willen.
Staatsindustrie is uit den booze en een vol־ maakte mislukking, dierbare lezers! Het particu־ liere bedrijf, dat is de ruggegraat van de maat־ schappij. De directeur van een particulier bedrijf is baas in eigen huis; hij handelt naar eigen goed־ dunken en naar eigen oordeel. Hij is aan niemand verantwoording schuldig dan aan zichzelf; zijn welbegrepen eigenbelang zal hem wel dwingen om den wagen in het rechte spoor te houden. Maar het overheidsbedrijf, geachte lezers, dat is een bron van bederf, van luiheid en corruptie. De directeur van een staatsbedrijf heeft maling aan risico en winst. Hij denkt niet aan zichzelf, hij denkt aan zijn bazen: de regeering, den gemeente־
182