linnen plakbandje erom heen. ״De Zonnebloemen" van Vincent van Gogh kreeg een ereplaats in de huiskamer. Als er een jarig was, gaven ze elkander pulletjes ten geschenke. Geen huiskamer was volledig zonder lambri-zering. Geen lambrizering zonder kleine bont-geglazuurde vaasjes. De vrouwen gingen zich kleden in terracotta rokken en zwart fluwelen bloesjes, met een grote platelen broche van ״de Distel" als enige versiering. De meisjes kregen van hun verloofden sieraden van edel-smeedwerk. De jongens kochten extra mooie zijden dassen, in de Leidsestraat bij Liberty. En de stroom greep niet alleen de volwassenen; zij trok ook de schooljeugd mee naar schoonheid en vernieuwing. Als de deuren van de Lagere School zich voor goed achter de jongens en meisjes sloten, stond de Jeugdorganisatie buiten al op wacht. Dertien jaar oud was ik, toen ik de briefkaart thuis kreeg, waarop stond, dat ik was ingedeeld bij een leesclubje van de Arbeiders Jeugd Organisatie. Ik bofte: mevrouw Wibaut-Berdenis van Berlekom zou de leidster zijn van dat clubje. Om het lidmaatschap hebben mijn vrindjes me hevig benijd; en ik kon hun geen ongelijk geven. Want wanneer de club op Woensdagavond in de kamer van het grote huis van de Wibauts aan de Weesperzijde te Amsterdam werd toegelaten, stond er voor elk onzer een grote fles melk klaar. En midden op tafel een kolossale schaal met sinterklaasjes. Eten maar jongens, en lezen! Het eerste leesboekje zie ik nog, wanneer ik de ogen sluit. Het ging over het oude Griekenland. De mythologie. Namen begonnen ons vertrouwd te worden, die niemand in de Markensteeg of Rapenburgerstraat ooit had gehoord.
Als het tegen het voorjaar liep, stond er naast de Sin-
70