jij eens bij een executie geweest? Ik wel. Ik heb sinds jaren al de gewoonte al mijn klantjes op hun laatste tocht te vergezellen! ,Netjes afleveren aan hun moeder,' noem ik dat. En van elk klantje bewaar ik een souvenir, kijk, dit sigarettenkokertje is van een vent, die ik drie maanden achter zijn vodden heb gezeten, voordat hij door de mand viel. En dit zakspiegeltje is weer van een ander. Ik ben aan die souvenirs gehecht. En dat ga ik die Jan Gerrit Bronkema nou allemaal vertellen. Ik laat hem al mijn souvenirs zien, heel uitvoerig ga ik hem vertellen hoe ik de lui te pakken gekregen heb, hoe ze hebben gekeken toen ze eindelijk bekenden; wat ze in de cel hebben gedaan; hoe ze hun laatste uur hebben doorgebracht ... en dat ik altijd opzij bij het gangetje sta, waar ze door moeten op hun tocht naar het schavot... en dat ik ze dan vriendelijk goeden dag zeg. . . dat ga ik allemaal aan Bronkema vertellen ... heel uitvoerig en dan vraag ik hem wat hij me als souvenir zal geven ... en een knappe jongen, als zijn zenuwen dat uithouden. En onderwijl haalt een van mijn mensen dat flatje van hem overhoop, 't Wordt een leuke middag, verdraaid jammer, dat je er niet bij kunt zijn."
Die avond belde hij me op. Hij moest me iets van die Bronkema vertellen.
„Bekend heeft hij nog niet," zei hij, „maar ik weet langzamerhand genoeg.
Hij heeft eerst onverschillig gedaan. Naarmate ik verder ging met mijn verhalen over terdoodveroordeel-den, begon hij een beetje nerveus te worden. En ik ging maar door. Ijskoud. Ten slotte heb ik hem een minu-tieuse beschrijving gegeven van de gevoelens, die een mens moet hebben, wanneer hij op het podium van
161