hij aperte leugens vertelde, oh nee. Kijk, het ging bijvoorbeeld zo:
Zijn vriendje beweerde, dat hij een goochelkunstje kende. Dat had hij in een boek gelezen, fantaseerde hij. Je legde een servet op tafel. Borden er op. Messen. Glazen. Alles wat er op een behoorlijk-gedekte tafel moet staan. En nu het goochelkunstje: je pakte het servet aan één punt stevig vast en met een bijzondere greep en beweging rukte je het hele servet van de tafel, maar de borden, de messen en de glazen bleven onbeweeglijk op de tafel staan. Wie de truc kende, rukte dus het servet tussen tafel en servies uit.
Zephyr was er van overtuigd, dat zijn vriendje met de geheime greep volkomen op de hoogte was. De vraag was alleen maar: bij wie kunnen we de truc demonstreren? Dan zei Zephyr zonder aarzelen: bij juffrouw die-en-die. Als die twee dan bij de buurvrouw binnen waren, voerde hij het woord. Niet zeurend of zanikend, zoals kinderen kunnen doen. Maar suggestief, je zou haast zeggen: hypnotiserend. En het merkwaardige was altijd, dat hij zijn zin kreeg. Heel wat serviezen zijn in de buurt van de Weesperzij op die manier aan gruzelementen gevallen. Er is, dunkt me, nogal wat overredingskracht nodig om huisvrouwen zo ver te krijgen, dat ze haar servies voor zulke demonstraties beschikbaar stellen. Maar het schijnt, dat ze niet konden weigeren. Een vreemde eigenschap, wanneer een aap van een jongen zo veel macht over volwassen mensen kan uitoefenen. Toen was hij amper twaalf jaar oud. Toen ik Zephyr leerde kennen was hij al een eind over de vijftig. Over sommige perioden in zijn leven weigerde hij te spreken; over andere was hij zeer mededeelzaam. Naar mate we elkaar beter leerden kennen, zijn we
139