lezer, die weet wat ik bedoel. Toen de bedwelming van de chocomel hem goed bevangen had, waagde ik het vertrouwelijk te worden. ״Zeg vader, wij hebben nou jouw vraag beantwoord, zou jij nou een vraag van mij willen beantwoorden ?'' ״Natuurlijk".
״Goed, ik wil aannemen, dat de atoomproeven het weer in de war brengen, maar wat ik niet snap is, waarom het beslist altijd slecht weer moet zijn; kijk, die atoomproeven hadden toch even goed altijd mooi weer kunnen veroorzaken?"
Hij staarde diep denkend in zijn chocomel en zag de wereldbol verpulveren in de oneindige ruimte.
145