Let op', voorspelde hij, 'er gaat spoedig iets gebeuren. Iets dat de oop van de oorlog wijzigt.'
Wat?' vroeg iedereen met spanning. Zo'n man, die uit Engeland jwam, wist allicht meer dan iemand, die in het neutrale Nederland ;at.
Onze berichten luiden', zei de Tsjech heel gewichtig, 'dat er onder de jfficieren van Hitier grote ontevredenheid heerst. Ze hadden op ales gerekend, maar niet op een oorlog. Daarom liggen de legers werkeloos tegenover elkaar achter de zwaar versterkte linies. Volgens Dnze inlichtingen wordt er een complot voorbereid, in Duitsland... awel in Duitsland, om Hitier uit de weg te ruimen. Het leger wil vrede.'
Dirk vond die man reusachtig interessant. Zulke dingen las je vroeger alleen maar in boeken; complotten om staatshoofden uit de weg te ruimen. En nu zat daar tegenover hem iemand, die van te voren A'ist, dat zoiets stond te gebeuren. Misschien speelde de Tsjech wel ;en rol in die samenzwering! Van oudsher waren de Tsjechen immers gewend voor de vrijheid te complotteren.
Twee dagen later stonden er opzienbarende berichten in de Nederlandse kranten, die Dirk's gedachten terugvoerden naar het gesprek met de Tsjech.
Bij Venlo aan de Nederlandse kant van de grens waren twee Engelsen verschenen, Mr. Best en Captain Stevens, in gezelschap van een Nederlandse officier van de Generale Staf, luitenant Dirk Klop. Vermoedelijk behoorden ook nog andere buitenlanders tot dat gezelschap, maar daarover bestond geen zekerheid. Het rechte wisten de kranten niet, maar ze hadden reden te vermoeden, dat die Engelsen tot de Britse Geheime Dienst behoorden en een afspraak hadden met snkele Duitse officieren, die eveneens naar de grens zouden komen. Wat er precies was besproken, was niet duidelijk, maar op een gegeven ogenblik waren de twee Engelsen naar Duitsland gesleept. De Nederlandse luitenant Klop was bij het vuurgevecht, dat was ontstaan, gedood.
'Ik laat me hangen', zei Dirk thuis, toen ze er over praatten, 'als dat niet een deel was van het complot om Hitier uit de weg te ruimen.' 'Dan is het mislukt', zei vader.
Het nieuwe jaar 1940 was nauwelijks veertien dagen oud, toen Gijs een dringende oproep kreeg om direct naar Den Haag te gaan. 'Ik moet naar de Generale Staf', zei hij, 'dat voorspelt weinig goeds. Trouwens ik heb de laatste dagen allerlei vreemde geruchten gehoord.' Toen Gijs uit Den Haag terugkwam, stond zijn gezicht zeer ernstig.
79