Dr. WILLEM DE VLUGT 291
,,,,morgen". Wij weten daarbij, dat „morgen" niet komt voor een „stad alleen, zelfs niet voor een land alleen. Maar wij weten ook, „dat alom wordt gebouwd aan het gebouw, dat „morgen" zal zijn. „Het besturen van Amsterdam in den overgangstijd tussen „van-„daag" en „morgen" stelt bijzondere eisen. Andere eisen dan die „door onze geschiedschrijvers in Amsterdams burgemeesters, in, „wat zij noemen, Amsterdams bloeitijd, worden geprezen. Zware „eisen waar het geldt den uiterlijk slechts nu en dan bewogen, „maar innerlijk steeds sterk bewogen tijd, te verstaan. Zwaarder „eisen op dit punt naar gelang dit verstaan van bewegingen „slechts gedeeltelijk samengaat met het als begeerlijk zien van „hun streven.
„Ik drink op burgemeester De Vlugt als den drager van de be-„stuurderseigenschappen, die hem veelal mogelijk maken te bevorderen, dat het bestuur van de stad zo goed is als het „van-„daag" reeds kan zijn.
„Ik vraag u, mijne heren, aan burgemeester De Vlugt hulde te „brengen voor de grote toewijding, waarmede hij deze moeilijke „bestuurstaak volbrengt. Hulde en dank voor wat hij er mede „bereikt.
„Ik drink op het welzijn van burgemeester De Vlugt." Om tweeërlei redenen schrijven we hier deze toespraak in haar geheel af. Ten eerste, om duidelijk te maken hoe er na vier jaar reeds enige groei gekomen is in de waardering door den heer Wibaut van het beleid van Burgemeester De Vlugt, ook al is het duidelijk, dat zijn rede een sterken politiek en bijsmaak had. Ten tweede, omdat zij een beeld geeft van de politiek, die een groot deel van de debatten in den Amsterdamsen Gemeenteraad in die dagen beheerste. We geven daarop geen commentaar, omdat dit thans niet voor ons doel dienstig is. We gaan liever
weer enige jaren verder in de geschiedenis.
#