224 WILLEM DANIËL CRAMER
bracht ƒ 44.736 op. Veel groter nog was de waarde aan levensmiddelen en kledingstukken, die werd samengebracht. Beter herinnering bewaarde Amsterdam aan de Septemberdagen van 1839. Nauwelijks drie dagen nadat de eerste trein met grote feestelijkheid zijn eerste reis naar Haarlem had gemaakt, stroomde men opnieuw samen, thans op den Dam, waar de burgerij den Erfprins van Oranje, den lateren Koning Willem III begroette, die met zijn jonge vrouw, Prinses Sophia van Wurtemberg, zijn intocht in de hoofdstad hield. Dagenlang was het feest in Amsterdam. Het stadsbestuur had fraaie versieringen aangebracht. Op den Dam en het Muiderplein verhieven zich huwelijkstempels. Overal brandden vetpotjes. Zowel de huizen der gegoeden als de woningen in de volksbuurten waren getooid met vlaggen en guirlandes.
Vergaapten de Amsterdammers zich dit najaar aan den spoorwagen, nog een ander verkeersmiddel werd, zoals reeds vermeld, in die zeer bewogen Septemberdagen geboren. De eerste omnibus-onderneming reed met wagens, ingericht naar Engels model, door de stad. Een omnibus bood plaats aan twaalf personen, de ritprijs was drie stuivers. De eerste onderneming werd aanvankelijk zeer populair, maar toen het nieuwtje er af ging, kregen de rolkoetsjes of vigilantes en de brommertjes weer de voorkeur. Jonker & Cie kon het niet lang bolwerken, maar reeds het jaar daarop stichtte de boekhandelaar Schadd de befaamde Amsterdamse Omnibus Maatschappij, die zestig jaar zou bestaan en later de eerste trams met paardentractie door Amsterdam deed rijden.
Begin 1840 werd als uitvloeisel van het betreffend Kon. Besluit van 4 September 1839 een officiele volkstelling gehouden. Daarbij bleek, dat op 211.349 Amsterdammers 45.969 huisgezinnen werden geteld, die 24.532 huizen bewoonden. Onder de besluiten en kennisgevingen, welke dit jaar werden uitgevaardigd, was een verbod aan de ,,Dienaren van Politie", om met