203 PIETER CORNELIS HASSELAER
had men te Amsterdam aan verzet gedacht en daartoe maatregelen getroffen. Men knoopte onderhandelingen aan met den aanvoerder der Pruisen, den Hertog van Brunswijk, om zo mogelijk tot overeenstemming te komen. Dit lukte niet en toen de Pruisen in de eerste dagen van October, door Prins-gezinden geleid, ondanks het dapper verzet hier en daar geboden, de Amsterdamse voorposten en het omliggend land veroverden, legde men op 10 October het hoofd inden schoot. Men was zelfs gedwongen te berusten in een symbolische bezetting der Leidsche poort door Pruisische soldaten, de eerste vreemde troepen in Amsterdam sinds de stichting der Republiek.
Andermaal wijzigde zich de situatie. Oranjevlaggen werden ontplooid. Het ״Oranje boven" klonk op den Dam. Op de eilanden en in tal van buurten verrezen erepoorten, in het avonduur kwistig geïllumineerd. De huizen der Oranjeklanten, die van de Patriotten te lijden hadden gehad, werden fraai versierd. En in het late uur was er feest op Kattenburg, waar de Bijltjes een optocht hielden met vaandels en attributen, zingend en juichend. Een aantal der meest onwettig in ambten benoemde Patriotten werd afgezet, waarna de moed van hun aanhang spoedig slonk. In het geheim ageerden zij nog, maar eindelijk weken velen uit, voornamelijk naar Frankrijk. Hun sociëteiten werden gesloten, boeken en papieren in beslag genomen. De haard van Patriottische actie, die Amsterdam de laatste jaren was geweest, scheen gedoofd. In stilte echter bleef het vuur smeulen; men wachtte op het uur der vergelding, dat na korter of langeren tijd voor de thans onderliggende partij opnieuw zou aanbreken. Nu de Prinsgezinden de macht weer in handen hadden en de oude, aristocratische leiders in aanzien waren hersteld, behoefde het niet te verwonderen, dat in Februari 1788 ook Pieter Cornelis Hasselaer weer de burgemeesterskamer betrad. Een rijmeldichter stond gereed dit heugelijk feit te bezingen: