PI ET ER CORNELIS HASSELAER
Hij vond tenslotte een geschikte woning op de Keizersgracht tussen Reguliersgracht en Utrechtsestraat, waar hij voor 130.537 gulden drie huizen naast elkander kocht, thans genummerd 730-732-734, met een koetshuis en stalling in de achtergelegen Kerkstraat, tegenover het Amstelveld. In het middelste huis nam hij zijn intrek, om er 24 jaar te wonen, tot zijn dood toe. Zijn geliefd buiten werd ook nu ״Groeneveld", het vaderlijk erfdeel, thans weer in onbezwaard bezit. Daar vierde men ook in 1780 de bruiloft van Jonkvrouwe Adriana, Hasselaers in Indië geboren dochtertje, dat op 21-jarigen leeftijd te Eemnes huwde met Mr. Jacob de Roth, die, dank zij de goede relaties van zijn schoonvader, spoedig commissaris werd en in 1784 Schepen der stad.
In zijn huis aan de Keizersgracht omringde Hasselaer zich met al de weelde, welke zijn stand en rijkdom hem veroorloofden. Daar verzamelde hij met kunstzin wat kostbaar en zeldzaam was, het schoonste, door tekenstift, penseel en etsnaald gewrocht, de beste voortbrengselen ener in- en uitheemse kunstnijverheid. Met trots toonde hij zijn gasten het uitmuntend kabinet schilderijen, tekeningen en prenten, met zorg en smaak bijeengebracht. Hij voerde hen langs Rembrandts ,,Opwekking van Jaïris' dochtertje", ,,De biddende heremiet" van Gerard Dou, een doek van Lingelbach: „Het bouwen van het Stadhuis van Amsterdam" en „De engel verlaat Tobias" van Rembrandt. En deelde de bezoeker de liefde van zijn gastheer, was hij een collectionneur als hij, dan genoot hij met dezen, telkens opnieuw, van doeken en panelen, die namen droegen van Jan Steen, Lud. Backhuysen, Ph. de Koninck, Lucas van Leyden, Bloemaert, d'Hondecoeter, Maarten van Heemskerck, David Teniers. In de portefeuilles met tekeningen kon men te kust en te keur gaan bij Rembrandt, Saenredam, Johan Rach, Rubens. Hasselaer's belangstelling en rusteloze verzamelzin vulden zo het huis met kostbare collecties. De staatsiezaal met haar wand- en