Kostverdieners
Een kleermaker had me gevraagd bij hem in zijn atelier te komen, perceel nummer zoveel aan de Nieuwe Achtergracht.
'Je gaat een lange gang door. Dan loop je een ijzeren trap op naar twee hoog, weer een gangetje in en dan sta je voor de deur. Je kunt niet missen.' Maar ik miste het wel. Want eenmaal in de lange gang raakte ik volkomen de kluts kwijt. De geur van die oude fabriek dreef de hedendaagse werkelijkheid op de vlucht. De verwarring was trouwens al begonnen toen ik voor het perceel stond. Ik hoorde mezelf hardop zeggen: ' Verrek, dat is de oude fabriek van vader.'' Na zoveel lange jaren hing binnen de muren nog de zinnelijk zoete lucht van machine-olie, drijfriemen en zweet.
Geuren wekken krachtige associaties. Ze bedwelmen. Ze roepen visioenen op.
'Wat doet jouw vader?' 'Oh, die? Die werkt aan de kaai.' 1Mijn vader werkt lekker in 't vak.' Kinderen pochen graag op hun ouders, 't Vak, dat woord omvat alle beroepen van de uitgebreide diamantindustrie. Twintigduizend diamantbewerkers in een stad van een goede zevenhonderdduizend zielen. Ongerekend de belendende professies, de schijven-
ioo