Goosen (ook wel verbasterd tot goser of gozer) man
Gottbehuete God beware
Gremselich gerecht van ongerezen brood
Haambrenger thuisbezorger
Haivang en zuriee uitroepen bij het bokspringen; waarschijnlijk: en
avant, surié Heitje vijf (i.d. geval: vijf stuivers)
Inworf huwelijksgift
Jajem jenever
Jat hand
Jehoede jood
Jelodiem kinderen
Jerosje erfenis
Jiddel jood
Jiddisj joods
Jofel lekker, plezierig
Jijletjes geveinsd misbaar
Kaddisj gebed
Kaffer = afgeleid van kaphri dorpeling Kahillan (kille) gemeente Kaksougerte lorrige koopster Kalle bruid
Kallechewre vereniging, die arme bruiden een bruidskleed schenkt Karoutje rode kool in het zuur Kauliesj soort gebak
Kehillah (ook wel: kille) de gemeente of gemeenschap Kerst enge kastanjes
Kimpet (van kindbett) ('in kimpet moeten') bevalling
Kinnesinne (van kin-ah = ijverzucht en sin-ah = haat) afgunst
Kinnesinne-ponum jaloers mens, concurrent
Klatsjen knoeien, morsen
Klijs meelbal (klötzchen)
Kneibel geweldenaar
Koef noen kost niets, gratis
Koeksoe = kuck zu kijk eens aan
Kokelekootjes paranoten
229