zei peinzend:
'Ik denk, dat je een verkeerde keuze hebt gedaan. Joden in Nood? Nee, dat is niet de juiste titel.'
'Wat had ik er volgens Uw idee dan op moeten zetten?'
Hij dacht even na en zei langzaam:
'Hier kunt U lezen wat het ghetto aan de Joden heeft misdreven.'
De jaren vergleden. Het werd 10 mei 1940. De gruwelen van de Middeleeuwse Zwarte Dood waren kinderspel vergeleken bij de genoegens der Duitsers, dat volk van dichters, denkers, dieven en doodslagers.
Toen de blonde gorilla's meneer Maandag en zijn achterlijk zoontje en zijn zieke vrouw en David kwamen halen, David, die pas dokter was geworden — toen heeft meneer Maandag de ingang van zijn kelderwoninkje verschanst. Op zijn primitieve manier. De stoffige jampotjes met de wonderlijke brouwsels heeft hij uit het loodsje gehaald, en hij sloeg bleekpoeder in. Kilo's bleekpoeder en vele flessen zoutzuur. Bleekpoeder in zinken emmers in het portaaltje en de flessen met zoutzuur er naast. Als de antisemieten zouden komen, zou hij de zoutzuur op de bleekpoeder gieten. Dan kwam er geen vijand door. Hij kon het weten; hij had immers de natuurwetenschappen bestudeerd en de kunsten der oude alchemisten. Hij zou vechten als een moderne Maccabeeër. Dat was nu de synthese van de Talmud en de lessen van de abt Noliet in de practijk.
De gorilla's schopten de emmers om. Ze hebben nooit geweten, dat zij aan de dood door vergiftiging met chloorgas zijn ontkomen. Ze sleepten het gezin de straat op. Meneer Maandag verzette zich. Hij werd neergeschoten.
'Hoort Israël...'
143