147.
tannaitic and amoraic periods who were Torah
scholars. The most outstanding example is
Beruryah the daughter of R. Hananiah ben Teradyon
from Siknim in Galilee and the wife of R. Meir, who
had received her education before the Bar Cochba
revolt ((132-135 C. E. ))• Beruryah disagreed with
the rabbis on a halakhah and they actually accepted
her viewpoint. There are also stories of her out-
32
standing knowledge of the Law , but she and the few
33
similar women probably constitute exceptions'.
Meisjes gingen in die tijd in het algemeen niet naar school en wat
34
ze leerden, leerden ze in hoofdzaak van hun moeders thuis. Hoewel er in de loop der eeuwen wel het een en ander veranderde en ook meisjes scholen gingen bezoeken en niet meer alleen of in hoofdzaak van hun moeder les kregen, kan in het algemeen gezegd worden dat tot aan de 20e eeuw bleef gelden
(1) dat vrouwen wél aan de joodse cultuur deelnamen,
(2) dat deze deelname actief was als de cultuur zich thuis afspeelde,
(3) dat deze deelname passief was als die zich buitenshuis afspeelde.
Populaire literatuur, in het yiddish geschreven, stelde in Centraal Europa alle vrouwen in staat om zowel verstandelijk als gevoelsmatig aan de joodse cultuur deel te nemen. Niettegenstaande de passieve deelname aan de cultuur buitenshuis oefenden vrouwen het beroep 36
van onderwijzeres uit. Het verschijnsel van de geleerde vrouw bleef
37
zeldzaam, maar wel bestaan en zelfs waren er enige vrouwelijke 3 8
hasidische 'rebbes'
Het zou een aparte studie vergen om de idee van de permanent lerende mens speciaal voor de vrouw in de joodse traditie uit te werken. In mijn studie vindt de lezer deze uitwerking niet. Hoewel historisch gezien de permanente leerling in de joodse traditie bijna altijd een man is, zijn de Torah-opvattingen over permanent leren, die ik in deze studie beschrijf, over het algemeen niet aan een sekse gebonden of door een sekse bepaald en naar ik hoop voor zowel vrouwen als mannen relevant.