geen ontsnapping, geen lucht, geen licht, geen troost, geen toevlucht.
This morningl rub my tighs gentle with milkdew and rest
Hij was een kind in jaren, vergeleken bij mij, maar zoveel ouder in zijn herinneringen. Hij kwam uit het niets en verdween in een steeg in mijn hart. Zoals ze allemaal kwamen en gingen, gezocht werden en gevonden, verlaten werden en verlieten, ik zocht de geliefde, vond de man, ging weg bij de minnaar, zocht, vond, geliefde, man, verlatenheid, zaad, zevenblad, verderf, geen uitgang uit het brein, de woorden van de moeder zijn waarheid, zijn vergif. De verkeerde schoenen. Beige. Naar handen kijk ik, naar oorlelletjes, naar voeten, niets ontgaat me, een te korte bovenlip, een lachje, een te heftige begroeting, Verkeerd’ haar. Geregistreerd, genegeerd, een angstig voorgevoel. cHoud je nog steeds niet van mensen?’ En altijd later, als ik, onderuitgehaald door mijzelf, de rekening opmaak, denk ik: zocht, vond, weg, man, geliefde, weg, minnaar.
My lover has left me
Denk ik: ik had het kunnen weten.
In my sweet summers sleep My lover has left me
‘Als je van een man houdt, heb je er alles voor over.’
An empty shell on a diamond white shore
Zekerheid werd daar geschapen tussen moeder en kind.