de, in films voor de grote massa gaat het over de liefde, en toch scheert de muziek, de televisie en de film voortdurend langs dat grote taboe: de liefde. Heeft u het als docenten en leerlingen met elkaar weleens over de liefde? Als we aan liefde tussen docenten en leerlingen, therapeuten en patiënten, hulpverleners en cliënten denken, is de associatie bijna onmiddellijk die van ontoelaatbare en laakbare seksuele relaties. Als we Henk Binnendijk over de liefde van God horen kwebbelen, worden we een beetje ziek in de maag. Als we Ron Brandsteder aan het werk zien, voelen we op onze klompen aan dat hier de hapklare variant wordt verkocht van de liefde - voorgekookt en ingevroren en op prime-ti-me voor de kijker ontdooid in een toestel dat op een magnetron lijkt. Als we lezen over de liefdesbaby’s die Henk van der Meijden her en der in sterrenland ontwaart, weten we dat we in de maling worden genomen. Onze honger naar liefde wordt snel en gestandaardiseerd, maar onbevredigend bevredigd in de hamburgertenten van de moderne media.
Er is niets dat me zo angstig maakt als liefde. Iedere keer als ik de liefde terugvind, vooral bij het lezen van Tanach, de joodse bijbel, verwonder ik mij erover dat ik niet constant naar activiteiten zoek waarmee ik de liefde kan terugvoeren in mijzelf. Waarom doe ik niet wat ik zeg te willen: leven met liefde, leven vanuit liefde? Wat houdt mij tegen? Wat schrikt me zo af? En mij niet alleen, maar blijkbaar iedereen. Ik mag dan in wanhoop, maar voor hem verborgen, tegen de organisatoren hebben gezegd dat ik niet kan leven vanuit liefde, maar wat doe ik er eigenlijk voor om het te kunnen? Wat doet u ervoor om het te kunnen?
Soefi Faz’1 Inayat Khan vroeg enkelen van zijn leerlingen voor wat zij herinnerd wilden worden. ‘Ik wil herinnerd