Vis
Als ik een vis was wist ik wel hoe ik moest zwemmen, zachtjes door het water wimpelen en met een wending remmen.
Ach waarom voel ik wat nooit voor mij bedoeld is in mijn ruggengraat terwijl ik toegerust als mens zo moeizaam door de kamers waad.
Judith Herzberg
Toen ik enkele maanden geleden afscheid nam van de organisatoren na een gesprek over wat op deze middag zou moeten gebeuren, zei ik, half in wanhoop en twijfelend of ik wel voor de mij toebedeelde taak toegerust was, ‘Jullie verwachten iets van mij wat ik niet kan geven. Het was een tijd dat ik thuis de ene knetterende bonje na de andere uitvocht, over mijn werk onzeker was, en de emotionele storm soms zo heftig en vernietigend was dat ik het liefste het bijltje erbij neer wilde gooien; het was een tijd dat mijn optimisme en Godsvertrouwen het langzaam begaven; een tijd dus waarin ik met regelmaat dacht: Ik wil dood. Wisten de organisatoren wat ik bedoelde toen ik zei: ‘Jullie verwachten van mij iets dat ik niet kan geven? Ze vroegen me er niet naar. En het antwoord dat ik mijzelf moest geven was: ‘Ik kan niet leven vanuit liefde, ik ben er gewoon niet toe in staat.’