In november 1993 hield ik een voordracht over Etty Hille-sum en nu, twee maanden later, heb ik het weer over haar. Wellicht denkt u dat Etty Hillesum heel veel voor mij heeft betekend in mijn leven, maar dat is helemaal niet zo. Etty Hillesum is een beetje mijn zwerfhond. Ik wil helemaal geen hond, laat staan een zwerfhond. Er zijn hoe dan ook maar weinig mensen die een zwerfhond willen, zoals er ook geen hond te vinden is die een dakloze, stinkende alcoholist in huis wil of een van God vervulde evangelist of een totaal vereenzaamde, contactgestoorde man. Maar de hond loopt mee, blijft met je mee lopen. Ie roept tien keer ‘ksst, ga weg, ga naar je baas, ik kan je niet meenemen’, maar hij blijft op de stoep van het huis slapen, dag na dag, totdat je denkt: het kan blijkbaar niet anders. Vloekend zet je hem in bad, kwaad als hij naar je gromt terwijl je het goed bedoelt; knerpend van ongeduld en ingehouden ergernis geef je hem te eten, wetend dat je voor de komende vijftien jaar aan het beest vastzit. Etty Hillesum is een beetje mijn zwerfhond, ik wil me eigenlijk niet bezighouden met haar, maar ik zit blijkbaar aan haar vast.
Hetzelfde geldt op een andere manier ook voor Abel Herzberg. Ook iemand tegenover wie ik in feite ambivalent sta. De reserves die ik zowel tegenover Etty Hillesum als Abel Herzberg heb, komen tamelijk eenzijdig aan bod in de