OVER TOLERANTIE, VERGIFFENIS EN ZORG VOOR ELKAAR
Ik word verondersteld het te hebben over tolerantie, vergiffenis en zorg voor elkaar. Ik kan het nauwelijks. Al weken tolt het in mijn hoofd rond: tolerantie, vergiffenis, verzoening, zorg voor elkaar, verzoening, vergiffenis, tolerantie -heen en terug, langs alle begrippen, zonder dat ik er ook maar enige vat op krijg. De belangrijkste dag in het joodse jaar is Jom Kippoer, Grote Verzoendag. Je zou toch zeggen dat ik, alleen al op grond van mijn beleving van de dag die ook voor mij groot’ is, iets zou kunnen zeggen over Verzoening’ - maar toch Jallt mïr dazu nichts ein - om het in de taal van mijn vijanden en geliefden te zeggen. Ik kan er niets over zeggen. Heb ik mij ooit met iemand verzoend? Echt verzoend? Zou ik mij met iemand willen verzoenen? Als ik dat zou willen, zou het me dan lukken? Is het me ooit gelukt?
Ik sleep hier het begrip Verzoening’ erbij omdat dat -lijkt me - het doel van Vergiffenis’ zou moeten zijn. Bij Vergiffenis’ kom ik al evenmin op een zinnige gedachte, terwijl het begrip Vergiffenis’ ook al jaren door mijn bestaan spookt. Vergiffenis als wens, vergiffenis als onmogelijkheid.
Nog niet zo lang geleden lag ik wakker in de nacht. Worstelend met mijzelf kwam ik tot de volgende zekerheid: ik zou hem haten tot aan mijn dood. Mijn kind zou over een paar