directoires, zevenenveertig onderbroeken, noem maar op. Tijdens de oorlog hebben „bewariërs” hun slag geslagen en waren we alles wat we in zo een lange tijd met stukjes en beetjes bij elkaar hadden gespaard in een minimum van tijd kwijt.
Aan de andere kant moest je het wel heel bont maken wilde je bij De Vries vanBuuren ontslagen worden. Je had er in zekere zin een vaste baan met pensioen. Zo heb ik het meegemaakt, dat een chef wegging met een pensioen van vijfentachtig gulden per maand. Vergeleken met de toenmalige prijsindex en levensstandaard en de huidige, zou dat een pensioen zijn van negenduizend gulden per maand. Daarom: bij De Vries van Buuren in betrekking, dat was wat. Dan had je zeker als chef geen zorgen meer.
Een bijzondere man in het Amsterdams jodendom was Sto-del, de schoenmaker. Zijn vader was een neef van mijn grootvader. Dus het was erg verre familie. Men zegt wel eens: In elk geslacht leven lamed wav tsaddikiem, zesendertig rechtvaardigen. Als men spreekt over één van de rechtvaardigen spreek ik van deze schoenmaker. Het verhaal is bekend, maar kan niet genoeg verteld worden.
Stodel heeft een oproep gekregen om zich te melden bij de moffen, maar hij had de schoenen van zijn klanten nog bij zich thuis. In plaats van voor zichzelf en zijn vrouw het leven proberen te redden heeft hij de schoenen afgemaakt en bij de verschillende mensen teruggebracht, omdat hij choliele niet wilde dat die schoenen nog bij hem thuis zouden staan wanneer hij naar Westerbork werd gedeporteerd en zijn klanten daardoor hun schoenen kwijt zouden zijn. Hij heeft met wegcijfering van zichzelf tot het laatst toe zijn plicht gedaan. Die man was de beste chazzan onder de schoenmakers en de beste schoenmaker onder de chazzonem. Er was hier een tijd een chazzan Stoutsker. Die man was niet getrouwd, en omdat het volgens de haloche (halacha, joodse wet) niet toegestaan is
Chewresjoel Het Rondeel, een van de smalste sjoeltjes in Amsterdam.